Kookpotten van aardewerk worden al sinds de prehistorie gebruikt. Ook de meeste potten die gevonden worden in urnengraven zijn waarschijnlijk aanvankelijk kookpotten geweest. Een wijziging van de functie van een pot is dus van alle tijden. Eenmaal versleten en niet meer bruikbaar waarvoor hij geproduceerd werd, waren er  twee mogelijkheden: de pot weggooien of herbestemmen. Na een langdurig gebruik als kookpot werden in de bodem van de pot gaten gemaakt en kreeg hij een tweede leven als bloempot. Nadien, mogelijk omdat men hem te lelijk vond, werd hij weggegooid in de gracht die de boerderij van het cijnshof omsloot. Nu heeft de kook- en bloempot een derde functie gekregen als educatief object in museum De Kelder te Tessenderlo.

De pot

De pot is gemaakt van roodbakkend aardewerk en is zeer zwaar door de tamelijk dikke wandscherf. Zoals bij een grape staan de oren verticaal. Ze zijn worstvormig gemaakt en steken boven wand van de pot uit. De pot staat op een standring van 120 mm diameter waarin 6 gaten werden gemaakt van 8 mm. Eén gat staat in het midden en de andere vormen min of meer een cirkel er omheen. Visueel lijkt de ‘gatenboorder’ een gat te weinig gemaakt te hebben. De rand is verdikt en uitstaand. De schouder is recht terwijl de buik van het lichaam conisch is. Loodglazuur bedekt de binnenzijde en langs de buitenzijde maar hier slechts tot ongeveer het midden van de oren. Aan de buitenzijde zijn roetsporen zichtbaar, mogelijk zijn de meeste roetsporen verdwenen tijdens het ‘reinigen’ van de pot toen die een nieuwe functie kreeg. De pot is volledig bewaard maar hij is wel gebarsten.

De afmetingen: de diameter is 215/220 met oren 280 mm en de hoogte is 130/140 met oren 150 mm.

Bronnen:

https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/maritieme-archeologie/?q=kookpot&mode=gallery&view=horizontal

I. Bourgeois, S. Denissen, J. Gruyaert, F. Huygens, M. Mees, Uit het verleden geput. Gebruiksgoed, van opgraving tot museum [tentoonstellingscatalogus], Deurne 1991