In 1790 werd de eerste aardewerkfabriek in Sarreguemines opgericht op de Duits-Franse grens. Sarreguemines was een twistgebied en was in het verleden soms ook Duits grondgebied. In 1828 werd het aardewerk voor het eerst bedrukt en in 1836 werkten er al 300 arbeiders. Directeur en politicus Alexandre de Geiger moderniseerde de fabriek. Zijn zoon Paul opende in 1877 een tweede en een derde  fabriek in Digoin en Vitry-le François. In 1920 fusioneerden de fabrieken en het  bedrijf kreeg de naam ‘Sarreguemines Digoin et Vitry-le François’. In 1942 werd de fabriek opgekocht door ‘Villeroy et Boch’ en in 2007 sloot de fabriek in Sarreguemines de deuren.

VAR 00230

Het koffiekopje en het ondertasje werden oranjerood gekleurd en op de randen van beide voorwerpen zit goudverf. Ook op de buitenzijde van het oortje werd een goudstreep aangebracht. Op het ondertasje staan 11 stippen en op het kopje 9. Het kopje werd conisch gemaakt naar boven. Op de onderzijde van het kopje staat een merk in de vorm van een gekroond wapenschild. In de schuine streep van linksboven naar rechtsonder staan drie adelaren onder elkaar in het wapenschild. Het wapenschild is omgeven door de tekst ‘SARREGUEMINES ET DIGOIN’. Onder het wapenschild staat een grote letter ‘D’ en ‘FRANCE’. Links staat een teken in goudverf in de vorm van een acht en een onbekend blindmerk. Op het ondertasje staat hetzelfde wapenschild maar zonder onderschriften maar wel met een blindmerk in de vorm van de letter ‘K’. De diameter van het kopje is 8,6 en de hoogte 5,8 cm. De diameter van het ondertasje is 14,5 en de hoogte is 1,7 cm. Datering: tussen 1920 en 1938.