Af en toe, maar toch eerder zelden, worden fragmenten gevonden van kleipijpen met de afbeelding van een ruig mannenhoofd. Deze kleipijpen werden gemaakt in de 17de eeuw. De steel bestaat uit de voorstelling van een vis of krokodil die figuratief het gezicht wil opslokken. Wie de kop op de kleipijp eigenlijk voorstelt is al jaren bron van discussie. De ene partij zegt dat de kop sir Walter Raleigh is, de andere partij houdt het op de profeet Jonas. Beide partijen hebben diverse argumenten.
Walter Raleigh werd geboren in Hayes Barton, in Devon in 1554. Aan het hof van koningin Elizabeth I, ‘The Virgin Queen’ bekend van de ‘liefdes’film van regisseur Tom Hooper, werkte hij zich op tot een van de lievelingen. In 1584 kreeg Raleigh de opdracht van de koningin om een kolonisatieproject op te zetten in Amerika. Tijdens een laatste expeditie, op zoek naar ‘El Dorado’ zou hij overboord gevallen zijn, een krokodil greep hem vast, maar door de tabakslucht, hij was kettingroker, liet het beest hem weer los. Na de dood van Elizabeth viel Raleigh in ongenade. Op 29 oktober 1618 werd hij onthoofd in Londen door Jacobus de Eerste, een tiran en de onbuigzame vijand van sir Walter Raleigh die de tabak had meegebracht uit Virginia.
Profeet Jonas leefde volgens de bijbel in de achtste eeuw voor Christus. Hij krijgt van God de opdracht om naar een Assyrische stad te gaan en de bewoners de keuze te laten: bekering of vernietiging. Hij heeft daar echter geen zin in en vlucht met een schip, wordt overboord geslagen tijdens een storm en verzwolgen door een grote vis. Hij komt in de vis tot inkeer en wordt na drie dagen op een strand uitgespuwd. Hij trekt opnieuw naar de stad en bekeert de inwoners. In de Christelijke iconografie wordt Jonas afgebeeld met snor en baard, net zoals Raleigh. Uit Nederland zijn vondsten bekend met achter de vis het opschrift JONAS of JONIS, vergezeld van de jaartallen 1632, 1633 of 1634. Sommige ‘vissen’ op de stelen hebben echter tanden en schubben zoals een krokodil, maar ook potvissen hebben tanden. Jonas was een mascotte voor de zeelieden voor een behouden thuisvaart. In de 17de eeuw werden dikwijls verhalen verteld over grote gevaarlijke vissen.

Meer info:

Tijdschrift Archaeologia Regionis:
•jaargang 1988 bladzijde 10

AR-11