De kan werd gemaakt van roodbakkend aardewerk dat zeer reducerend gebakken werd, dit laatste betekent dat de kan smorend gebakken werd zonder dat veel zuurstof aan de oven toegevoegd werd. Hierdoor kreeg het roodbakkend aardewerk een bruinzwarte kleur. Het lichaam van de kan heeft een bolronde vorm wat eigenlijk het standaardmodel is van een kan. Door het bakproces is de kan wat misvormd en is er een deuk ontstaan op de schouder. De kan staat op drie standvinnen die zeer eenvoudig via de buitenzijde gevormd werden door met de duim wat klei omlaag te drukken. Iedere standvin heeft twee duimindrukken.  Op de schouder en deels op de buik is de kan versierd met draairingen die bovenaan op de schouder werden overgoten met loodglazuur. Onderaan de buik is de kan glad gemaakt. De rechte hals heeft bovenaan een driehoekig verdikte rand, een gietsneb is niet aanwezig. Het oor sluit aan op deze rand en eindigt op de overgang van schouder en buik. Onder het oor zijn spatten van loodglazuur zichtbaar. De kan werd klinkend hard gebakken en vermoedelijk gebruikt als waterkan. De kan werd gevonden door Testalid Guy tijdens bouwwerken in Diest. De kan is 174 mm hoog en 137/145 mm breed, zonder het oor. Datering: 1325-1375.