Oorspronkelijk betekent een aflaat in de rooms-katholieke kerk een kwijtschelding van een kerkelijke boete (Latijn : indulgentia) of de kwijtschelding van tijdelijke straffen die men na de vergeving der zonden in het vagevuur nog zou moeten ondergaan. In de 11de eeuw ontwikkelde de aflaat zich in de latere betekenis : aan bepaalde vrome werken werd kwijtschelding van zondestraf verbonden. Kwijtschelding van de zonden kon men onder andere bekomen door op bedevaart te gaan. In de latere middeleeuwen ging de clerus de aflaat misbruiken als een handelszaak en de aflaatprediking als een bron van inkomsten. Tegen betaling kon men dus zijn zonden ‘afkopen’ zodat de ‘wachttijd’ in het ‘gevreesde’ vagevuur verkort werd. Tegen betaling kreeg men dan een zogenaamde ‘aflaatbrief ‘(met zegel). Dit heeft in het begin van de 16de eeuw aanleiding gegeven tot de reformatie. Het Concilie van Trente hief in 1562 het instituut van de aflaatpredikers op. In de praktijk is de betekenis van de aflaat thans sterk afgenomen. Tot in de 20ste eeuw is echter het systeem actief blijven bestaan onder de vorm van tegen betaling ‘opgedragen missen’ ten gunste van de overledene.

PPV 00734

Op de voorzijde van de gecorrodeerde ovale devotiemedaille, gemaakt van een koperlegering, staat één van de zeven smarten van Maria afgebeeld, namelijk de zesde smart: Maria omhelst Jezus dode lichaam na de kruisafname. In het midden staat een kruis, waaronder Jezus ligt. Links en rechts onder de horizontale balk van het kruis vliegt een engeltje. Net boven het hoofd van Jezus komt het hoofd van een gekroonde Maria tevoorschijn met links vier dolken en rechts drie dolken door haar hart. Helemaal rechts van deze figuur staan drie kleine gebouwen tegen de medaillerand. Onder deze gebouwen staat nog een engel met open vleugels en met de handen in biddende houding en daaronder staat nog een biddende engel, kijkend naar links. Boven de voeten van Jezus zit/staat nog een engel, kijkend naar rechts en met een soort krans in de handen, mogelijk is dit de doornenkroon van Christus(?). Op de keerzijde staat de tekst: ‘Il est / accordé 1080 / jours d’indulgence / à tous les fidèles / qui réciteront un / AVE MARIA / devant cette / sainte image’. Bovenaan staat normaal een monogram, een combinatie van de letters van de naam ‘MARIE’, maar het teken is door corrosie deels verdwenen. Helemaal onderaan staat een bloempje tussen twee stippen. Afmetingen: 25,8 x 19,2 x 1,2 mm.