Sommige vondsten zijn het onderwerp van discussie, niet alleen over hun functie wordt gedebatteerd maar ook over hun onderdom. Deze discussies worden niet enkel door amateurarcheologen gevoerd maar ook door professionelen. De twee volgende objecten, die fel op elkaar lijken maar toch iets verschillen, zijn zo’n discussievondsten. De reden van de discussie is dat zo’n objecten nog niet bekend zijn uit archeologisch onderzoek en dat het voorwerp niet compleet is. De visie van de archeologen van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum te Tongeren:

Eerste visie over PPV 00525

Er zijn niet onmiddellijk parallellen te vinden. De vorm doet denken aan de aanzet van het handvat van een bronzen kan, het hoofd staat dan ondersteboven en is ook veel grover uitgewerkt, of de steel van een steelpan, daar is het veel te klein voor, maar beide zijn gewoonlijk fijner afgewerkt. Misschien is het object eerder post-middeleeuws. De stijl kan dan eventueel wel kloppen met de Romeinse periode, maar de vorm van het object is in elk geval niet courant bij de Romeinen.

Tweede visie over PPV 00524 en 00525

Het is mogelijk een  handvat van een bronzen kruik of iets dergelijks, en Romeins eerder dan iets anders. Daar waar het handvat op de buik van de kruik komt is er een plaatje met inderdaad de afbeelding van een buste, mogelijk een vrouwelijke.

PPV 00524

Op het uiteinde (?) van een fragment van een gegoten bronzen object is, vermoedelijk een mythisch, hoofd afgebeeld. Het vorm van het hoofd min of meer ovaal. De oogholten is zijn sterk geprononceerd. Net boven de ogen is het voorhoofd verdikt en zijn vier verticale verdikkingen te zien. De neus heeft een normale driehoekige vorm. De twee middelste lijken op hoorns door hun gelobde structuur. Vlak onder de neus begint een zware afhangende snor. In het midden van deze snor, op de plaats van de mond, is er een ondiepe holte die zich naar onder continueert in een geul met verdikte rand, mogelijk moet dit de, uitzonderlijk lange, tong voorstellen. Op deze plaats is het voorwerp staafvormig. De staaf loopt verder en buigt haaks naar achter. De achterzijde is glad maar in het midden is er een verticale geul. Mogelijk is dit een litteken van een aanzet op het ontbrekende deel van het voorwerp. Afmetingen: hoogte 84,5, breedte 20,8 en dikte 5,5 mm.

PPV 00525

Op het uiteinde (?) van een fragment van een gegoten bronzen object is, vermoedelijk een mythisch, hoofd afgebeeld. Het vorm van het hoofd is lobvormig gemaakt, zoals een eikenblad. De vorm van de oogholten is driehoekig waardoor het  gezicht een boosaardige blik heeft. De ogen zelf werden ovaal halfbolvormig uitgebeeld. Net boven de ogen is het voorhoofd verdikt en zijn twee korte verticale verdikkingen te zien, mogelijk stellen dit hoorns voor. De neus heeft een normale driehoekige vorm. Vlak onder de neus begint een afhangende snor. In het midden van deze snor, op de plaats van de mond, is er een ondiepe holte die zich naar onder continueert in een geul met verdikte rand, mogelijk moet dit de, uitzonderlijk lange, tong voorstellen. Op deze plaats is het voorwerp staafvormig. Op het uiteinde van de ‘tong’ is er een breuk. De achterzijde is glad maar ter hoogte van neus en ogen is er een ondiepe uitsparing. Mogelijk is dit een litteken van een aanzet op het ontbrekende deel van het voorwerp. Afmetingen: hoogte 50,2, breedte 20 en dikte 4,8 mm.