Ook op deze munt staat het motto van Filips II, Dominus mihi adiutor. Er wordt nooit een jaartal vermeld op dit type ‘dubbele korte of corte’. De korte is de minst waardevolle munt uit die periode. Ze is 2 ‘myte of mijt’ waard. Een dubbele korte heeft dus een waarde van 4 mijt. Mijten werden voor het eerst geslagen in 1337 door Lodewijk I, graaf van Vlaanderen. Ze werden geslagen in biljoen, een legering van zilver en koper met minder dan de helft zilver en waren op dat ogenblik een halve penning of 1/24 stuiver waard. Ook na de aanmunting in 1467 bleven mijten tot bij het begin van de 18de eeuw nog erg populair in de boekhouding. Mijten werden tot 1474 ook in Brabant geslagen. Mijten danken hun naam aan de kleine parasieten met dezelfde naam. Korten daarentegen worden zo genoemd omdat het kruis op de keerzijde van de oudste dubbele mijten korter was dan dat op de keerzijde van de mijten.

Tegen het einde van de 16de eeuw werd er geen kleingeld meer in biljoen geslagen. Korten werden vanaf de regering van keizer Karel V in koper geslagen en bleef kleingeld dat het minst waard was. Naast korten werden tijdens de regering van Filips II als kleingeld ook halve duiten (= 3 mijt), mailles (= 4 mijt), duiten (= 6 mijt) en oorden (= 12 mijt) geslagen.

Aan het sterretje onder de buste van Filips II kunnen we zien dat deze korte te Maastricht geslagen gedurende de periode 1571-1579. Opmerkelijk is dat Filips II geen kroon draagt.

Beschrijving van de dubbele korte

De dubbele korte is gemaakt van koper en in een ‘redelijke’ staat. De legendes zijn grotendeels bewaard gebleven. Op de voorzijde: PHS . DG . HISP [ ] REX . D. BRA . (ster). In het midden de ongekroonde buste van de  koning. Op de keerzijde: DOMINVS MI / HI ADIVTOR. In het midden staat het gekroond Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild over een gevoet kruis. De massa is 3,44 g en de diameter bedraagt 24,6 mm.

Bron:

http://www.egmp.nunaar.be/artikels/Rekenmunt.pdf