Na het roken van een pijp blijven er aangekoekte resten achter van de verbrande tabak. De ketel maar ook het rookkanaal dient dan schoongemaakt te worden. Voor dit doel werden pijpenwroeters ontworpen. De pijpenwroeter is meestal een stevige pin, al of niet versierd, die de koolstofresten in de ketel kan verwijderen door te peuteren en te wroeten. Naast dit kuiswerk werd de kop van de wroeter ook gebruikt om de pijp te stoppen dit wil zeggen aan te stampen om optimaal te kunnen genieten van de tabak. Pijpenwroeters in de vorm van een hamer werden al gebruikt sinds de 18de eeuw en werden ook van zilver gemaakt.

PPV 00303

De pijpenwoeter werd gemaakt van koper en heeft de vorm van een hamer. In de hamerkop werd een gaatje voorzien om hem op te hangen. De hamerkop werd gebruikt om de tabak in de pijp te ‘stoppen’. Het onderste gedeelte van de hamersteel (diameter 3,5 mm) loopt uit in een stompe punt. Deze punt heeft een lengte van 13 mm en heeft over de ganse lengte concentrische groeven. Deze dienen om beter te kunnen peuteren en te schrapen. Afmetingen: 59,4 x 20 x 9 mm. Datering: tweede helft 19de eeuw.