De levalloistechniek is een steenbewerkingsmethode uit het middenpaleolithicum voor het maken van stenen werktuigen. Het middenpaleolithicum is een periode tussen 250.000 en 35.000 jaar geleden. Tijdens het mousteriaan, tussen 80.000 en 35.000 jaar, werd de techniek verbeterd en werden met de techniek fijnere werktuigen vervaardigd. Tijdens deze periode jaagde de Homo neanderthaliensis of neanderthaler in onze regio op grootwild zoals onder meer de mammoet en de wolharige neushoorn. Tijdens prospectietochten worden soms geïsoleerde artefacten uit deze periode gevonden maar in Vlaanderen zijn heel wat sporen van ‘openluchtsites’ uit het  middenpaleolithicum ontdekt.

De levalloistechniek is een vrij eenvoudige techniek: van een knol vuursteen werden, als voorbereiding, rondom afslagen afgehaakt in de richting van het midden van de knol. De knol werd als het ware gestript. Daarna klopte men met een gerichte slag het gewenste stuk van de vuursteenknol af. De vorm en grootte van deze afslag was dus bewust gekozen en zeer scherp. Het restant en nutteloos deel van de knol heeft de vorm van een schild van een schildpad en wordt soms schildpadkern genoemd. Karakteristiek hieraan is de negatieve afdruk van het verkregen werktuig.

PPV 00650

De levalloiskern heeft een zeer dikke  geelwitte patina. Op het ventrale gedeelte werd een kleine afslag voorbereid door de knol eerst met centripetale slagen te bewerken. Op het dorsale gedeelte is nog cortex aanwezig en een cirkelvormige vorstafslag. Hoogte 53, breedte 52, dikte 22,4 mm.

PPV 00651

De levalloiskern heeft een zeer dikke witte patina. Op het ventrale gedeelte werd een afslag voorbereid door de knol eerst met enkele centripetale slagen te bewerken. Het dorsale gedeelte is grotendeels met cortex bedekt. Hoogte 58, breedte 60,3, dikte 25 mm.