De Kempische boer leerde de boerenstiel van de Haspengouwse boer

Rond 5.300 voor Christus vestigden de eerste boeren zich in Haspengouw, aangetrokken door de vruchtbare grond. Ze hielden ook runderen, varkens, geiten,.. Kenmerkend voor deze cultuur is het aardewerk dat versierd is met banden en spiralen. Om die reden wordt de cultuur Bandkeramiek genoemd. De plaatselijke bewoners waren toen nog steeds jagers-verzamelaars. Door contacten met de nieuwkomers van de bandkeramische cultuur leerden ze de boerenstiel kennen en begonnen ze ‘boerderijen’ te bouwen. Ook een aantal specifieke stenen bandkeramische werktuigen nam de lokale bevolking over zoals de BK-spits, ook wel omalspits genoemd. Deze spits werd geplaatst op een pijl als jachtinstrument maar ongetwijfeld waren pijl en boog ook nodig om indringers van het erf te houden. De bogen waren gemaakt van iepenhout.

De afmetingen van de pijlpunt: hoogte x breedte x dikte