In de lade van de gemeentesecretaris van Tessenderlo werden twee loden controleplaatjes bewaard. Deze voorwerpen dienden om de ijken van de balansgewichten van de plaatselijke handelaars te vergelijken en zodoende te controleren. Uiteindelijk zijn deze controleplaatjes in het museum beland. Het officiële ijkwezen ontstond in de Zuidelijke Nederlanden in 1523 met de aanstelling van de eerste ijkmeester-generaal door Karel V. Op 1 januari 1820 werd het metrieke stelsel in de Nederlanden ingevoerd. Voordien sloeg de ijkmeester al vanaf de 16de eeuw zijn persoonlijk ijkmerk en een jaartal ofwel een jaarletter. Men ging hierbij uit van de normale volgorde van de letters van het alfabet. Alleen de I en soms ook de U werden overgeslagen omwille van een mogelijke verwarring met respectievelijk de J en de V. Omdat het lettertype bij elk alfabet wat gewijzigd werd is het meestal mogelijk om de gewichten en inhoudsmaten door middel van deze jaarletters te dateren. Naast het persoonlijke ijkmerk en jaarmerk bracht de ijkmeester ook vaak het stadswapen aan. In 1820 wordt met de invoering van het metrieke stelsel ook met een nieuw alfabet begonnen. In 1830 scheidde België zich van de Noordelijke Nederlanden af . Het directe gevolg is dat al in 1831 met een nieuw alfabet begonnen werd, maar nu met alle 26 letters. Het alfabet dat in 1857 begon, maar ook de daaropvolgende reeksen, bestaat uit de kleine letters van het Griekse alfabet, met af en toe een kleine onregelmatigheid. Bij nauwkeurige vergelijking blijkt dat meerdere overeenkomstige letters van verschillende alfabetten hier ook typologisch van elkaar kunnen onderscheiden worden, zodat datering exact mogelijk moet zijn. Vanaf 1856 is de herkeuring om de 2 jaar verplicht, de gewichten moeten als ijkmerk een koningskroon en het merk van de fabrikant vertonen. Ook komen er 18 ijkkantoren en elk ijkkantoor krijgt een nummer maar vanaf 1878 wordt dit vervangen door een letter. Vanaf 1948 worden in plaats van Griekse letters de gekroonde laatste twee cijfers van het jaartal als goedkeuringsmerk afgeslagen. Wanneer een gewicht niet voldeed aan de vereisten werd het gejusteerd. Hiervoor was vanaf 1870 meestal een opening onderaan het gewicht voorzien waarin lood kon worden aangebracht. Hierin werd ook een stempel geslagen. Kon een gewicht niet meer gejusteerd worden dan kreeg het een afkeuringsmerk. Het afkeuringsmerk is een driehoek met daarin twee letters, vaak de R (van rejecté) en de letter van het ijkkantoor. Vanaf 1948 staat in de driehoek het nummer van de ijker.

MDK 00019

Op het kleine plaatje staan van boven naar onder en telkens in 3 verschillende groottes de jaarletters van 1932, 1926, 1928 en 1930. De jaarletters van 1932 zijn een ‘overstempeling’ van deze van 1924. Onderaan het plaatje is er een afkeuringsteken, een driehoek met daarin de letters R (van rejecté) en N (letter van het ijkkantoor Hasselt). Het plaatje meet 2,9 cm x 4 cm.

MDK 00020

Op het grote plaatje met afmetingen 6,3 cm x 8,6 cm vinden we de tweejaarlijkse letters van 1934 tot 1946. Vanaf 1948 krijgen we de gekroonde laatste twee cijfers van het jaartal en dit weer tweejaarlijks tot 1982. Het cijfer in het kroontje zelf geeft het nummer van de ijker aan. Op het plaatje vinden we ook meerdere afkeuringsmerken met hierin nu het nummer van de ijker. Helemaal bovenaan staat de koningskroon en een niet gekend teken.