In het neolithicum behoren de pijlpunten tot de algemeen voorkomende werktuigen. Sommige van deze pijlpunten werden plaatselijk vervaardigd, andere werden ongetwijfeld meegebracht van de vorige woonplaats. Het maken van een geschikte pijlpunt was vermoedelijk een traditie. Blijkbaar staat het vervaardigen van een pijlpunt in relatie met de cultuur van de bewoners. Zo maakten de mensen van de Michelsbergcultuur (4.200 – 3.600 voor Chr.) overwegend bladvormige pijlpunten.  Er zijn twee types. Slanke bladvormige pijlpunten zijn: PPV 00348, 349, 350, 351, 352, 353, 354, 364 en 366. De andere exemplaren zijn gewone bladvormige pijlpunten.

Zie ook:

http://testavzw.be/henri-claes-was-de-ontdekker-van-een-belangrijke-site-van-de-michelsbergcultuur-te-assent/