Barbara

Volgens de legende was Barbara de dochter van een rijke heiden uit Nicomedië in de 3de eeuw na Christus. Haar vader sloot haar op in een toren om haar te beschermen tegen de jongemannen. Ze bekeerde zich tot het Christendom. Barbara liet een derde venster aanbrengen aan de toren ter ere van de heilige drievuldigheid. Daarom liet haar vader haar martelen door haar te bewerken met haken en brandende fakkels. Telkens groeiden haar wonden terug dicht. Sommige legendes verhalen dat ook haar borsten werden afgesneden, bij andere legendes zijn het enkel de tepels. Omdat het niet lukte om haar het Christendom te laten afzweren onthoofdde hij zijn dochter. Kort daarop werd de vader als straf door een bliksem gedood. Ze is de beschermheilige tegen brand en bliksem maar ook patroonheilige voor verschillende gevaarlijke beroepen zoals mijnwerkers, dakwerkers, brandweerlieden, bouwvakkers,…

Leonard

Volgens de legende leefde Leonardus in de Frankische periode onder Clovis I. Eerst zocht hij het kloosterleven op. Later ging hij als kluizenaar leven om het evangelie te prediken en wonderen te verrichten. Daarop stichtte hij een klooster dat uiteindelijk de stad Saint-Léonard-de-Noblat werd in het Franse departement Haute-Vienne. Hij is ondermeer de patroon van de boeren omdat hij hun hielp. Hij wordt aanroepen door vrouwen bij hun bevalling, tegen hoofdpijn, tegen geslachtsziekten en tegen inbrekers. Hij is ook de patroon van de gevangenen omdat hij een aantal gevangenen vrijliet.

VAR 00007

De medaille werd gemaakt van brons. Afmetingen: 38,6 x 28,6 x 2,4 mm. Op de voorzijde staat de tekst ‘SAINTE BARBE PROTEGEZ NOUS’. In het midden staat een gekroonde vrouwelijke figuur gekleed in een soort toga. Haar rechterhand houdt ze ter hoogte van haar borsten en met haar linkerhand reikt ze naar een toren die op een heuvel staat. Onderaan de heuvel is een toegang van waaruit rails (?) vertrekken. Op de keerzijde staat de tekst ‘S.LEONARD DAIGNEZ-NOUS ASSISTER’. In het midden staat een mannelijke figuur met aureool en kort geknipte haren. Hij draagt een open mantel met eronder een priestergewaad. In zijn linkerhand houdt hij een staf en in zijn rechterhand een mandje waarin drie kinderen zitten. Links van de persoon ligt een anker op de grond en op de achtergrond staan twee gebouwen met twee schoorstenen waarvan er één rookt. Links ligt een hoed en een haak op de grond en staat er een soort zwengel met een deel van een koord, mogelijk maakt dit laatste deel uit van een waterput.