Souvenirs, of ‘aandenkens’ zoals ze vroeger ook wel werden genoemd, worden meestal meegebracht om later herinneringen te kunnen oproepen aan fijne belevenissen, gebeurtenissen of reizen die men meemaakte. Vorige eeuw was het vanzelfsprekend dat reissouvenirs, meestal kitsch, voor elk familielid werden meegebracht, maar die toeristische traditie is stilaan aan het verminderen. Het meebrengen van souvenirs die herinneren aan minder plezante gebeurtenissen zoals oorlogen, rampen of opsluitingen is minder vanzelfsprekend tenzij de persoon er een bijzonder belang aan hechtte. Zo wilde kapelaan Vanderheyden uit Tessenderlo een ‘aandenken’ aan zijn gedwongen verblijf in Stalag Elsterhorst. Van de beker die hij in het kamp gebruikte, maakte hij eigenhandig een souvenir.

Cornelius Vanderheyden

Cornelius werd op 11 juni 1909 geboren te Paal. Zijn vader, Felix, overleed op 42-jarige leeftijd tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1916. Cornelius was toen nog maar 7 jaar. Na zijn studies werd hij op 26 jarige leeftijd tot priester gewijd in Luik waar hij tot 1939 als kapelaan werkte alvorens 21 maart van dat jaar naar zijn geboortestreek terug te keren als kapelaan in Tessenderlo. In 1932 diende hij nog in het leger als soldaat milicien bij het 3e medische korps. Lang bleef hij die functie in Tessenderlo niet uitoefenen want toen de oorlog uitbrak werd hij door de Duitsers gevangengenomen en overgebracht naar Oflag IV-D Elsterhorst. Na vier maanden kon hij al terugkeren naar Tessenderlo en nam hij zijn kapelaanambt weer op maar tijdens ‘De ramp’ op 29 april 1942 vernietigde de ontploffing gans de bovenverdieping van zijn huis met inboedel. Door de parochianen werd hij kapelaan Nelis of ook wel laconiek kapelaan ‘de zweep’ genoemd. In 1955 werd hij bevorderd tot pastoor te Linkhout. De Looienaars deden een geldinzameling en kochten als afscheidscadeau een motocyclette. In 1959 werd hij overgeplaatst naar Halen waar hij op 4 juni 1969 overleed. Louisa Blarinckx, geboren 16 juli 1900 en overleden op 12 januari 1972, was de ganse periode meid van kapelaan en pastoor Vanderheyden.

Over zijn belevenissen in het krijgsgevangenenkamp konden we geen informatie vinden. Maar misschien vertelde hij hierover wel aan sommige kennissen of familieleden. Uiteraard zijn deze verhalen welkom bij de redactie.

Stalag IV-A en Oflag IV-D Elsterhorst

Het dorp Elsterhorst, tegenwoordig Nardt genoemd, is een deelgemeente van Elsterheide en ligt 44 km ten noordoosten van Dresden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers er een kamp voor krijgsgevangenen gevestigd. De instroom van krijggevangenen startte al in 1938. In 1940 werd het kamp opgesplitst voor onder meer Belgische en Franse officieren en kreeg dit deel de naam Oflag IV-D. In april 1945 werd het kamp bevrijd door de Russen maar ondertussen waren al veel gevangenen overleden aan longontsteking. In 1957 werd het kamp omgebouwd tot luchthaven.

De drinkbeker

De cilindrische drinkbeker van aluminium heeft een zwartgelakt ijzeren handvat dat met twee aluminium klinknagels werd vastgezet tegen het bekerlichaam. De rand van de beker is lichtjes naar buiten omgekruld. De beker heeft een vlakke bodem. De diameter is 78,5 mm, met het handvat 100 mm. De hoogte is 69,5 mm. Op een nogal amateuristische wijze heeft de eigenaar tekst en figuren aangebracht. De tekst luidt: AANDENKEN / VAN MYN / KRYGSGEVANGENSCHAP / IN / ELSTERHORST / DUITSCHLAND. Deze tekst staat tussen twee gestileerde bladertakken die op hun beurt staan tussen en boven een kruisbeeld en een monogram met de initialen V en C van de eigenaar.

Kapelaan Vanderheyden schonk zijn drinkbeker aan Jos Blarinckx. Dankzij een schenking van zijn zoon Dirk is hij nu te bewonderen in museum De Kelder.