Aan museum De Kelder werd een ensemble van negen penningen geschonken die verband houden met het mijnverleden van de regio. De penningen horen bij elkaar omdat op iedere penning hetzelfde nummer werd geklopt, namelijk het cijfer 3224. Dit was het nummer van de mijnwerker of ‘koolputter’, zoals een mijnwerker in de volksmond werd genoemd. De Looise schrijver Minus van Looi schreef er het boek ‘Koolputtersvolk’ over. Men werkte ook in ‘De Put’ en niet in de steenkoolmijn of het mijnbedrijf. Penningen werden in het mijnbedrijf om diverse redenen ingevoerd.

Deze penningen werden in de steenkoolmijn van Beringen gebruikt. Ze zijn alle van messing gemaakt. Iedereen die het mijnbedrijf betrad moest een penning met een persoonlijk werknummer afhalen bij de portier. Deze penning werd, na het wegnemen van batterij en CO-filter, in de lampenzaal aan een haak in het laadrek gehangen. De vorm van de penning komt overeen met de werkpost: De driehoekige waren voor de morgendienst van 6 tot 14 uur, de ronde waren voor de middagdienst van 14 tot 22 uur en de vierkante waren voor de nachtdienst van 22 tot 6 uur. In de beginperiode diende deze penning ook als controle van aankomst bij het controlegebouw. Wanneer er bijvoorbeeld om 15 uur nog een driehoek in de lampenzaal hing en de controleur was niet verwittigd dat er iemand overwerk deed, dan was die bewuste arbeider achtergebleven in de ondergrond en moest gezocht worden.

De penningen met nummer en letter ‘B’ dienden als controle bij het afhalen en inleveren van een benzinelamp. Andere penningen dienden voor het nemen van de bus, het lijnnummer werd dan in kleine cijfers op de penning vermeld. De penning met de grote 602 verwijst naar het lampennummer in de lampenzaal en kon veranderen bij een eventuele promotie. Het stamnummer van de arbeider bleef hetzelfde tijdens zijn hele loopbaan, later na de vorming van de ‘Kempische Steenkoolmijnen’ (KS) op 1 januari 1967 werd een 1 toegevoegd voor Beringen, het stamnummer werd dan 103224. Waterschei kreeg het nummer 3 en Zolder 5. Deze arbeider had blijkbaar zelf penningen laten bijmaken, normaal was er telkens maar één exemplaar in gebruik. De penningen werden ook herbruikt zo blijkt uit het onleesbaar maken van de nummers met tin.

Met dank aan de heer Hubert Janssen van het mijnmuseum van Beringen http://www.mijnmuseum.be/ voor een deel van deze info.

MDK 00122

Op het vierhoekig op de hoeken afgeronde plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ geklopt. Op de achterzijde werd getracht om met tin een eerder geklopt nummer ‘5846’ te verwijderen. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 6,2 mm. Afmetingen: 33,5 x 33,3 x 2 mm.

MDK 00123

Op het vierhoekig op de hoeken afgeronde plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ geklopt. Op de achterzijde werd getracht om met tin een eerder geklopt viercijferig nummer ‘541.’ te verwijderen. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 6,1 mm. Afmetingen: 33,6 x 34 x 2 mm.

MDK 00124

Op het ronde plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ geklopt. Op de achterzijde werd met succes met tin een eerder geklopt nummer verwijderd. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 5,7 mm. Afmetingen: 35 x 1,4 mm.

MDK 00125

Op het ronde plaatje werd onderaan het nummer ‘602’ en bovenaan het nummer ’3224’ geklopt. De achterzijde is blanco. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 5,6 mm. Afmetingen: 35,5 x 1,3 mm.

MDK 00126

Op het ronde plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ en bovenaan de letter ’B’ geklopt. Op de achterzijde werd getracht om met tin een eerder geklopt viercijferig nummer ‘322.’ te verwijderen. Bovenaan in het midden werd een ovaal gat voorzien met een diameter van 5-5,8 mm. Afmetingen: 29,3-30,5 x 1,2 mm.

MDK 00127

Op het ronde plaatje werd onderaan op een met tin verwijderd nummer het nummer ‘3224’ geklopt waarbij het cijfer ‘4’ over een nog zichtbaar cijfer ‘7’ werd geklopt. Bovenaan werd de letter ’B’ geklopt. De achterzijde is blanco. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 5,7 mm. Afmetingen: 29,8 x 1,5 mm.

MDK 00128

Op een driehoekig afgerond plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ geklopt. Op de achterzijde werd getracht om met tin een eerder geklopt nummer ‘1678’ te verwijderen. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 6,2 mm. Afmetingen: 33,2 x 34,9 x 1,9 mm.

MDK 00129

Op een driehoekig afgerond plaatje werd onderaan het nummer ‘3224’ geklopt. Op de achterzijde werd met tin een eerder geklopt nummer met succes verwijderd. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 5,8 mm. Afmetingen: 33,6 x 35,5 x 1,3 mm.

MDK 00130

Op een driehoekig afgerond plaatje werd onderaan het nummer ‘602’ geklopt en bovenaan het nummer ‘3224’. De achterzijde is blanco. Bovenaan in het midden werd een gat voorzien met een diameter van 5,5 mm. Afmetingen: 33,5 x 34,8 x 1,3 mm.