Aken geniet vanaf 1166 het voorrecht om een rijksstad van het Heilig Roomse Rijk te zijn. Een rijksstad valt onder rechtstreeks gezag van de keizer die zich in praktijk nauwelijks om de interne problemen bekommert. Na de middeleeuwen zijn de rijkssteden dan ook zo goed als onafhankelijk van elke vreemde inmenging. Net als de meeste andere rijkssteden slaat Aken eeuwenlang munt. De koperen 12-Heller munten van de tweede helft van de 18de eeuw worden erg veel in onze streken gevonden omdat ze hetzelfde formaat hebben als de Luikse oorden maar minder waard waren. De 4-Heller munten uit de eerste helft van de 17de eeuw komen echter niet zo vaak als bodemvondst voor in onze streken.

Het koperen kleingeld van Aken toont aan een zijde steeds een adelaar met gespreide vleugels en het hoofd naar links die ook als stadswapen gebruikt wordt. De poten van de adelaar zijn geflankeerd door het jaar van uitgifte. Tijdens de 17de eeuw zijn dat alleen de laatste twee cijfers, tijdens de 18de eeuw wordt ook de eeuw vermeldt. De Akense muntslag eindigt in 1798 enkele jaren voor de stad door de Fransen in 1801 geannexeerd wordt.

Beschrijving van de munt

Op de voorzijde van de koperen munt, waarvan de rand is uitgebroken, staat een adelaar waarvan de poten geflankeerd zijn door 5 / 5. Hiermee wordt het jaar 1655 bedoeld. In het midden van de keerzijde staat de waarde IIII met in het midden een centreerpunt dat de graveur van de stempel hielp om alles netjes te schikken. De legende vermeldt MO[neta] CIVITA[tis]. AQUENS[is], wat betekent: Munt van de stad Aken. Op goed bewaarde exemplaren is bij het begin van de legende nog een kleine adelaar zichtbaar die als muntteken van het atelier van Aken kan geïnterpreteerd worden.

De massa is 0,68 g en de diameter is 15,4 mm.

Bronnen:

https://www.aachen-muenzen.com/st%C3%A4dtische-pr%C3%A4gungen/4-heller/1604-1658/