Op 4 december 1916 moesten alle werkloze mannen van het kanton Beringen tussen 17 en 55 zich melden bij de Nationale Gendarmerie, zoals het in grote letters op het gebouw stond, in de huidige Weggevoerdenstraat te Tessenderlo. De reden was dat er een tekort aan arbeidskrachten was in Duitsland omdat de jonge Duitsers soldaat waren. Bijna alle opgeroepen Looienaars meldden zich op de voorziene locatie dit in schril contrast met de lage opkomst van de ‘genodigden’ uit sommige andere gemeenten zoals Heusden en Beringen. Vooral de leeftijdsgroep tussen 18 en 35 jaar werd geviseerd, slechts enkelen waren ouder. Gehuwd of ongehuwd maakte geen verschil. Om 12.00 uur stipt werden ze, meer dan 200, op de trein gezet in het station van Tessenderlo op weg, via Hasselt en Luik, naar Wittenberg in Duitsland. Onder de geselecteerden bevonden zich ook de gebroeders Camps.

Livinus Lambertus Camps, roepnaam ‘Vinus’, werd geboren op 6 oktober 1890 te Tessenderlo. Hij was dus 26 jaar op de selectiedag. Twee jaar eerder, net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, huwde hij  Maria Florentina Dymphna Vanwesemael, roepnaam Florentine, op 4 mei 1914. Zij werd geboren op 2 oktober 1888 te Tessenderlo en overleed op 19 december 1973 te Geel. Vinus overleed veel eerder op 25 juli 1961 te Tessenderlo op 71-jarige leeftijd. Vinus die omstreeks half augustus 1917 terugkeerde van zijn gedwongen verblijf had het niet gemakkelijk gehad. Door zijn hardnekkige werkweigering had Vinus regelmatig straffen moeten ondergaan waardoor hij veel ziek was, ook na zijn terugkeer was zijn medische toestand slecht.

Ludovicus Josephus Camps, werd als negende kind van het gezin Camps-Maes geboren op 27 december 1892. Hij werd kortweg ‘Lewie’ genoemd. Zijn jongere broer Ludovicus Benedictus, roepnaam ‘Dikke’ en geboren op 22 februari 1895 te Tessenderlo, vocht aan het front. Samen met Vinus, zijn net iets oudere broer, werd Lewie, toen bijna 24 jaar, gedeporteerd naar Wittenberg ten zuiden van Berlijn. Lewie vertelde dat ze ‘tewerkgesteld’ werden bij een bomenhandelaar om te snoeien. Ze kregen dagelijks soep, meer niet. Na  acht en een halve maand werken mochten ze naar huis terugkeren. Amper vijf maanden na zijn terugkeer huwde Lewie, op 30 januari 1918, de jongere zus van zijn schoonzus, Maria Virginia Vanwesemael uit Engsbergen. Ze kregen hetzelfde jaar een kind dat geboren werd op 17 oktober 1918, een maand voor de oorlog was afgelopen. In 1970 kreeg Lewie  een ‘Kaart van de Weggevoerde’ tengevolge het K.B. van 16 juni 1966. Lewie overleed op 8 juni 1987 te Tessenderlo op 94-jarige leeftijd.

Mogelijke hypothese waarom er, relatief gezien, zoveel jongemannen uit Tessenderlo bij de ‘weggevoerden’ waren: De jongemannen van Tessenderlo hadden pech omwille van de plaats van vertrek. De spoorweg met station, die voordien welvaart bracht, was er in 1878  gekomen door de tussenkomst van de Looise burgemeester De Leeuw, die het spoorwegtracé, Tienen-Leopoldsburg, had omgebogen langs Tessenderlo in plaats van dat deze in rechte lijn naar Leopoldsburg liep. Dit was nu een vloek voor de Looise jongemannen. Het station in combinatie met het pas opgerichte gebouw voor de  gendarmerie (1910) was volgens de Duitsers waarschijnlijk de meest geschikte locatie om te ‘monsteren’. Uit de verzamelde menigte pikten de Duitsers willekeurig de ongelukkigen die op transport werden gezet. Dat het uitkiezen willekeurig gebeurde bewijst het hoge aantal Looise gedeporteerden, namelijk 107 en ongeveer 15 uit Oostham, ongeveer 15 uit Kwaadmechelen, mogelijk 60 uit Koersel/Paal/Beverlo en slechts 9 uit Heusden. Er waren door de locatiekeuze voor de monstering waarschijnlijk meer Looienaren aanwezig dan anderen die verder weg woonden. De gegevens zijn moeilijk te achterhalen en er is ook niet geweten hoeveel wachtenden (gelukkigen) niet weggevoerd werden.

Het gemeentebestuur bracht later een gedenksteen aan tegen het gebouw van de rijkswacht. Dit gebouw werd enkele jaren geleden afgebroken. Op 24 november 2016 werd de gedenksteen opnieuw aangebracht maar op een sokkel aan de ingang van het parkeerterrein ‘Weggevoerden’. De gedenksteen vermeldt enkel het aantal Looise weggevoerden, over de andere personen wordt met geen woord gerept alsof ze niet weggevoerd werden op die plaats. Dit gebrek aan empathie zou in de toekomst nog moeten rechtgezet worden. Het gebeurde tenslotte toch in Tessenderlo en een juiste weergave van de feiten is hier minstens op zijn plaats!

VAR 00208

Foto genomen in het voorjaar van 1919 te Engsbergen (Tessenderlo). Zittend: links Ferdinandus Vanwesemael, geboren op 8 september 1851 te Tessenderlo en overleden op 12 februari 1925 te Tessenderlo, rechts Barbara Severijns (Severens), geboren op 11 februari 1852 te Tessenderlo en overleden op 9 september 1924 te Tessenderlo. Beiden zijn gehuwd op 20 november 1878 te Tessenderlo. Staand: links Camps Ludovicus Josephus, geboren 27 december 1892 te Tessenderlo en overleden 8 juni 1987, rechts de dochter van Ferdinand, Maria Virginia Vanwesemael, geboren op 3 september 1893 te Tessenderlo en overleden op 29 september 1960 te Tessenderlo. Beiden zijn gehuwd op 30 januari 1918 te Tessenderlo. De baby In het midden is Franciscus Joseph Camps, geboren 17 oktober 1918 te Tessenderlo, roepnaam ‘Jef’ en overleden op 3 april 2007 te Diest.