VAR  00154

Brief van Hélène en Albert, zuster en broer van Floris. Zij schrijven dat hun broer Jules gevangen zit in Soltau en dat de burgers van Merksem die gevangen genomen waren terug vrijgelaten werden. Geschreven op een dubbelgeplooid blad van 22,5 x 17,5 cm op de vier zijden.

Merxem den 19 februari 1915, Beminden zoon, Met veel blijdschap hebben wij uwen brief van 8 dezer ontvangen het heeft ons veel genoegen gedaan te vernemen dat gij in goede gezondheid zijt en dat er u niets ontbreekt. Het is al erg genoeg dat gij in zoo eenen oorlog gewikkeld zijt. Was het maar al gedaan maar helaas het kan nog lang duren wij zijn zeer ongerust en wij denken altijd aan u. Florent gij hebt aan Jules geschreven naar Verden (?) daarmee hebt gij geen antwoord gekregen. Jules is nu in het kamp van Soltau Baraque 50 C Hannover Duitschland. Verleden week hebben wij eenen brief van hem ontvangen hij zegt dat hij van u eenen brief gekregen heeft hij is nu goed hersteld maar hij is nog in de kamer van trood kruis hij is daar nogal goed. Gij hebt misschien ook vernomen Florent dat de burgers die opgesloten waren in duitschland vrij gekomen zijn Rene en Eugène zijn ook vrij wat zijn die jongens gelukkig Jules heeft daar met hun gesproken Eugène had ons eene kaart geschreven en Flora, Hélène en Albert zijn dan te samen naar Lebbeke gegaan van daar naar Merchtem nog al eene reis hé ? en in oorlogstijd Hier zien nog veel beweging maar anders weten wij niet veel maar als het zoo blijft duren dan zal er wel gebrek aan alles komen alles is hier zeer duur gelukkig dat papa zijn gele getrokken heeft zoo doen wij altijd voorts. Van Arsène weten zij nog niets jammer dat wij geen volledig adres hebben hij was bij 2e linie maar dat zal nu ook verdubbeld zijn. Veel dank en groeten van Florken en Van Bavels voor het schoon portret als ook van onzen gebuur Van den Baes zij waren zeer tevreden Wij zijn ook allen goed gezond en wij verlangen vurig dat aan al die dingen spoedig een einde zo komen opdat wij dan allen te samen in vrede en geluk mogen leven gelijk vroeger. Heb maar veel moed Florent en als God ons gebed aanhoord dan zult gij ons bewaard blijven alsook onzen Vorst en Vaderland. Hopende van ondertuschen wat goed nieuws van u te mogen ontvangen bied ik u al onze minzaamheden en al onze hartelijkste groeten aan. Nog eenen dikken kus van ons allen Uwe toegenegene Moeder Iréne Van Gaver. Helaas Floris thans wordt gij in dien afschuwelijken oorlog gewikkeld, mocht gij toch uit de klauwen der vreeselijke oorlogstuigen gered blijven dat is mijn eenigste en vurigste wensch en natuurlijk dien onzer ouders en familieleden die allen eens zijn uwen moed te bewonderen. Waren deze vreeselijke geeselingen maar al ten einde, dan zou er misschien mogelijkheid bestaan in ons heldenleger dienst te nemen. Nu beste broeder wat er ook moge gebeuren wees moedig en vervult dapper uwen plicht Uw liefhebbende broeder Albert

Liefste broeder Er blijft nog wat plaats op den brief van Mama, daar maak ik gebruik van om U te schrijven dat uwen moedigen brief ons zoo veel genoegen heeft gedaan, schrijf ons maar veel en dikwijls. Ik droom zoo dikwijls van U lieve broeder, dan weder van Jules, mocht gij toch spoedig wederkomen, dat zal eene feest  zijn. Ik eindig, beste broeder , ik moet naar het lof gaan ik bid veel voor U. Ik kus U duizend maal van verre. Uwe liefhebbende zuster Hélène.

VAR 00155

Brief van Hélène en Albert, zuster en broer van Floris. Ze schrijven dat de grootmoeder is overleden. Ze delen mee dat ze voedsel sturen naar hun broer Jules die gevangen zit in Soltau. Ze trokken ook naar het platteland waar ze menig Vlaams lied hoorden zingen. Geschreven op een dubbelgeplooid blad van 22,5 x 17,5 cm op de vier zijden.

Merxem 1 juni 1915, Allerliefste broeder, Sedert den laatsten brief die wij van u ontvingen, welke uw portret bevatte en die veertien dagen later kwam dan uwen brief van 4 april hebben wij niets meer van u ontvangen wij hoopen nochtans, lieve broeder dat het met uwe gezondheid nog allerbest is en dat u ons al lang geschreven hebt, wij zijn altijd in onrust, beste Floris als wij lang zonder nieuws van u zijn. Mama, die uwen brief vond, bij haren terugkeer van Lebbeke, vond u zoo vermagert en zoo treurig, dit deed haar leed; de tijd is zeker heel droevig, niemand heeft het gedacht dat die vreeselijke ramp zoolang zou duren, ik begrijp dan ook, beste Floris, dat u daar ook veel verdriet in maakt, schik het maar zoo goed mogelijk en stuur ons nog maar portretten als u kunt. Louis van Al. Uit de raap, heeft het zijne ook gestuurd, hij is zoo struisch geworden, en uwen vriend Emiel den broeder van Gust laat het ook niet aan zijn hart komen. Heb veel moed, best Floris, heb betrouwen in God, wij bidden ook veel voor u, wees voorzichtig en stel u niet in gevaar, wij hebben ook allen moed en betrouwen vastelijk dat, onze lieve broeder, ons weldra in goede gezondheid zal wederkomen. Op uwe brieven , best Floris heeft pap den 5 mei geantwoord, ik heb er ook een briefje bij gedaan, ik vroeg u daarin naar uwen onderluitenant, den broeder van een der juffrouwen waar ik mede werk, hij is nog altijd in Engeland in verpleging. Papa schreef u, dat grootmoeder erg ziek was, mama is spoedig een pasport gaan halen en dadelijk vertrokken, zij heeft hare moeder nog goed bij haar verstand gevonden, deze vroeg maar aanhoudend naar mama, eindelijk had zij haren wensch, mama heeft haar dan ook niet meer verlaten, maar helaas! daags nadien den 4 mei heeft onze, lieve grootmoeder den geest gegeven, zij heeft geen ziekte meer gehad, maar sedert eenigen tijd, groeide zij zoo hard ineen, zoodat zij kort van adem werd en niet veel meer kon eten, zij had ook veel pijn, wij hebben veel verdriet over het verlies van onze beste grootmoeder, tant Clothilde is nu met René en Germaine. Oom Eugène is nog altijd in Frankrijk, met onze familie van Lebbeke is alles goed, in Merchtem ook. Het is nu al 4 weken dat wij niets meer van Jules ontvangen, het schijnt dat zij nu maar weinig meer mogen schrijven, wij mogen wel, wij sturen hem dan ook voedzaam eten op, dat hij nu regelmatig ontving. Met Flora en hare familie is alles goed, zij sturen u hunne beste groeten, alsook onze trouwe geburen. Wij hebben vernomen dat Gust en Emile aan het front zijn, in uw regiment, en hoe is het met Monsieurs schrijf ons van uwe makkers ook iets, beste broeder, dit zouden al de jongens moeten doen, voor in geval er uwen brief verloren gaat, kunnen de ouders soms door ander personen iets van hunne kinderen vernemen. Vital de schoonbroeder van Gust heeft naar zijne vrouw Julia zijn portret gestuurd, deze schreef dat Gust en Emile aan een front waren waar nu niet gevochten werd, zij denken dat onze beste Floris daar ook is. Ziehier het adres van den zoon van onze schoenmaker. Compagnie d’Arostiers du Génie Belge, France. Papa heeft uw maandgeld gaan ontvangen, schrijf ons maar veel, best broeder en zoo dikwijls mogelijk, laat ons weten of u niets noodig hebt wij zullen trachten het u te doen geworden. Ontvang dan, Allerliefste Broeder, onze hartelijkste groeten, en duizende omhelzingen van, uwe ouders, broeder en voornamelijk van uwe liefhebbende zuster Hélène.

Zeg beste Floris hoeveel blauwe boonen hebt gij al om de ooren horen fluiten en hoeveel marmieten met appelsienen hebt ge al door de lucht zien snorren. Zijt ge al eens met flikkerende bajonet op den vijand los gestormd en hebt gij de machiengeweren hunne treurige doodenlied hooren en zien spelen, schrijf ons daar eens iets over. Verleden zondag zijn Helena en ik met de familie, Van den Boe den buiten ingegaan en wij hoorden er menig Vlaamsch lied zingen, die gij ook menigmaal met dreunende stem hebt uitgegalmd dat deed ons aan u en aan vervlogen tijden denken. Wij verbeiden u met ongeduld beste broeder alles is reeds opgesmukt en gekuischt en klaar voor uwe terugkomst mocht het uur van uwen terugkomst maar spoedig slaan, wat zou het ons met uitbundige vreugde vervullen in de zoete hoop, beste Floris dat ik u spoedig tegen mijn warm kloppende hart kan drukken zend ik u deze kussen en andere lieflijkheden

 VAR 00156

Bertha, een nicht van frontsoldaat Floris Noterman, schrijft hem dat ze samen met haar vader naar Parijs moest vluchten voor de Duitsers en dat de Duitsers alle mannen van Merksem hebben meegenomen, ook René en Eugène die zich in de waterput wilden verstoppen. Geschreven op een dubbelgeplooid blad van 22,5 x 17,5 cm op de vier zijden.

Paris 27-7-15, Beste Floris, Nooit hoopte ik zoo gelukkig te mogen zijn van u te kunnen schrijven; ik had al overal geprobeerd van uw adres te vinden maar tot nu toe had ik nog niets gevonden; eindelijk door Henri Van Malderen van Lebbeke wiens adres ik over 14 dagen te weten gekomen ben; en aan wie ik gevraagd had of hij niets over u wist ben ik uw adres  te weten gekomen; sinds lang wanhoopte ik van ooit nog iemand van mijn lieve kozijns weder te zien. Ik dacht dat gij allen het lot van Felix ondergaan hadt; want zoals gij misschien moet weten; Felix is niet meer; de arme jongen is als held op het slagveld van Rotselaar (tegen Mechelen en Aarsschot) gevallen; de laatste kaart dat hij geschreven heeft aan zijne grootmoeder was in de laatste week van augustus; waar hij ons melde dat hij twee dagen en twee nachten gevochten had zonder gekwetst te zijn sinds heeft hij niet meer kunnen schrijven want de Duitschers zijn te Lebbeke van 3 september; aan zijn vader heeft hij niet kunnen schrijven want Merchtem was van de wereld afgezonderd van 20 augustus; dien dag is er te Merchtem; een legerkorps van 85.000 duitschers gepasseerd hunne eerste werk was van den ijzerenweg opbreken en alle de telefoondraden aftesnijden anders hebben zij niets gedaan; Onkel Forphijze die den zondag daarop te voet met Eugène gekomen is heeft ons dat verteld; drij dagen daarachter is er een patrouille van 200 duitschers gekomen zij hebben alle mannen krijgsgevangen genomen; nonkel Forphijze ook; zij hebben ze medegenomen tot tegen Molhem waar zij de helft losgelaten hebben waarin nonkel Forphijze; en de anderen hebben zij naar Brussel gestuurd; den laatsten zondag dat ik te Lebbeke was (30 aug) is hij met Eugène gekomen het is de laatste keer dat wij nonkel Forphijze hebben gezien; hij heeft Gèneken te Lebbeke gelaten denkende dat hij daar beter in vrijheid was want wij dachten dat er nooit geen duitschers bij ons zouden komen; hunnen weg naar Frankrijk was Merchtem en vandaar op Aalst; wij zijn te Lebbeke den 2 september vertrokken Papa was zoo benauwd dat hij zoo krijgsgevangen genomen zou worden dat hij niet meer wilde wachten ik ben vertrokken tegen mijn goesting; daar René niet wilde vertrekken ik zoude liever bij mijn moeder gebleven zijn maar Papa wilde niet ik was goed van zin des zondags weder te keeren maar het was te laat ik heb niet gekost de duitschers waren daar, hoe beklaag ik het te hebben vertrokken liever zoude ik in België gebleven zijn met mijne lieve grootmoeder en tante dan hier op den vreemde te zijn zonder nieuws van hun te weten; ik ben hier zeer goed zooals te huis; maar liever zoude ik ginder gebleven zijn; maar enfin genoeg geklaagd er is tog niets aan te doen hopen dat dien goeden tijd van vroeger spoedig zal wederkeeren. En gij, mijn beste Floris, hoe gaat heet met u; kunt gij met uwe ouders corespondeeren zijn zij allen te Antwerpen gebleven; Henri heeft mij ook geschreven dat Jules krijgsgevangen genomen is van af de maand september; ik heb liever hm in de Duitschland te weten dan aan gevecht alzoo zal hij mischien zijne Flora en famillie na den oorlog kunnen wederzien; ik heb hem gisteren geschreven ik heb hem gevraagd of hij niets nodig had; zoodra ik een antwoord heb zal ik hem wat eetwaren opsturen want het is mischien dat; dat hem meest mankeert; het is speitig dat ik niet meer middellen heb anders wat zoude ik gelukkig zijn van goed te doen; maar ik zal het doen zooveel het mij mogelijk is; aan mijne ouders moet ik dat niet vragen want mijne schoonmoeder is daarvoor veel te gierig; mijne ouders wonen te Rouen; ik ben te Parijs bij een kozijn van Papa het zijn zeer brave menschen; waar ik voor niet woon en slapen heb; Tot nu toe heb ik nog nooit geen antwoord gehad op mijne vele brieven die ik naar België gestuurd heb; ik ben te weten gekomen dat René met Eugéne krijgsgevangen genomen was des anderendaags dat wij vertrokken zijn; zij wilden zich juist in onzen waterput versteken als de duitschers op onze koer kwamen; Eugéne heeft hun op zijne knieën gesmeekt van hun vrij te laten maar er was niets aan te doen zij moesten mede; ik heb van een Lebbekenaar hooren zegen dat al de krijgsgevangenen van Lebbeke wedergekomen zijn en dat René en Eugéne bij moeder thans zijn en dat zij allen in goede gezondheid zijn; het is den doktoor Buysse die in de achterstraat woont tegen moeder thans en die tegenwoordig dienst doet in het hospitaal te Calais die het aan papa geschreven heeft. Indien zij hadden willen vluchten; zij hebben het goed kunnen doen want des nachts hebben de alarmklokken geluid om de duitschers aan te kondigen, maar René had het sinds lang gezegd dat hij niet aanging hij heeft zijn woord gehouden maar hij heeft het duur betaald; ons huis staat tot nu toe nog altijd recht maar alle meubelen zijn kapot geslagen; en overal hadden zij hunne visietkaart gelaten; Vertel mij eens uw wedervaren sinds gij soldaat zijt gij zult er mij zoo veel plezier mede doen. Neem geen acht op mijne veelvuldige fouten want sinds ik hier te Parijs ben hoor ik nooit mijne moedertaal niet meer spreken; maar ik weet dat gij liever hebt  dat ik in vlaamsch schrijf heb ik het zoo gedaan hopende dat gij mijn slechten stijl en gekribbel zult vergeven. In de hoop, mijn beste Florisken, van spoedig u te lezen zend ik u mijne dikste kussen, Uw nichtje Bertha. Mijn adresse vanaf 31 juli is: 6 Avenue Dumond, Aulnay s/s Bois (Seine et Oise)