In Poperinge wordt al sinds de 14de eeuw Maria vereerd in de St. Janskerk. Een oorkonde, daterend van 1480, verhaalt dat in 1479 een doodgeboren kind werd begraven in de tuin van de ouders omdat het niet gedoopt was en dus niet kon begraven worden op het kerkhof. Bijgevolg kon het niet in de  hemel komen. Drie dagen na het overlijden werd het kind door een maagd op verzoek van de ouders opgegraven. De maagd had beloofd zeven jaar geen hemd te dragen en ook niet op een pluimen bed te slapen als het kind nog zou leven. Het kind kwam levend tevoorschijn en werd vlug onder het Mariabeeld in de St. Janskerk gedoopt waarna het stierf en in gewijde grond kon begraven worden. In de oorkonde werd opgenomen dat jaarlijks een processie zou plaatsvinden om dit mirakel te herdenken, wat tot op heden gebeurt op de eerste zondag van juli.

VAR 00153

Op de voorzijde van de ovale devotiemedaille, gemaakt van zilver, staat in de rand de tekst ‘NOTRE DAME DE SAINT JEAN A POPERINGHE  P. P. N.’. In het midden staat een gekroonde Maria met kind in een driehoekige vorm op een voetstuk. Aan haar rechterzijde houdt ze een skepter en het gekroonde Jezuskind vast. Het kind draagt een globus met kruis. Maria draagt een mantel versierd met sterren. Bovenaan is een ronde uitsparing voorzien voor de schakel van de ketting. De uitsparing is versierd met krullen. Op de keerzijde van de medaille staat bovenaan in drie lijnen horizontaal de tekst ‘SOUVENIR DE SON COURONNEMENT’. Daaronder staat een grote kroon, versierd met sterren en bloemen. Onderaan staat het jaartal ‘1909’. Helemaal onderaan staat het merk van de maker ‘AR’ met een kruis tussen de letters. Afmetingen: 30,3 x 24,1 1,5 mm.